Waarom liggen de pensioenen van vrouwen meestal lager dan die van mannen?
Het pensioen wordt voornamelijk berekend op het loon en de loopbaanduur. Wat het loon betreft, bestonden er tot 1975 bijvoorbeeld aparte barema’s voor mannen en vrouwen. Ook al deden vrouwen exact hetzelfde werk, toch verdienden ze ruim 10% minder dan hun mannelijke collega’s. Officieel is die loonkloof vandaag weggewerkt, maar informeel bestaan er nog verschillen tussen mannen en vrouwen. Bovendien zijn vrouwen oververtegenwoordigd in laagbetaalde sectoren zoals de zorg aan personen en het textiel. Een tweede reden is dat vrouwen doorgaans een kortere loopbaan hebben. Ze onderbreken die loopbaan ook vaker. Vrouwen doen immers meer huishoudelijke taken, en zorgen meer voor de kinderen. Met als gevolg dat ruim 40% van de werkende vrouwen tussen 25 en 49 jaar deeltijds werkt, tegenover 3% bij de mannen.
Sinds 1 januari 2009 ligt de pensioenleeftijd voor vrouwen ook op 65. Zal dat iets veranderen?
Het effect van die maatregel is nog niet zichtbaar. De meeste recente cijfers dateren van 2006. In ieder geval speelt de nieuwe berekenmethode niet bepaald in hun voordeel. Het bestaande pensioen zal op dezelfde hoogte blijven, terwijl vrouwen er wel langer moeten voor werken.
Door het toegenomen aantal echtscheidingen zijn vrouwen ook minder beschermd door het gezinspensioen?
Niet noodzakelijk. Hebben vrouwen geen pensioenrechten opgebouwd – omdat ze voor het huishouden zorgden, krijgt hun man een gezinspensioen van 75% van zijn gemiddelde loon. Als ze scheiden, krijgt de vrouw net als haar man een pensioen van 60% van het gemiddelde loon van de man, maar enkel berekend voor de periode waarin ze getrouwd waren.
Wat kan er gebeuren om vrouwen een gelijkwaardig pensioen te garanderen?
Het arbeidsmarktbeleid moet vrouwen meer laten participeren aan de arbeidsmarkt. Dat kan onder andere door flexibeler kinderopvang te organiseren, bijvoorbeeld aan de hand van crèches op het werk. Een andere piste kan zijn om het loon van de vrouwen te verhogen. Vrouwen naar beter betaalde sectoren leiden, is in de praktijk erg moeilijk. Ook een gelijkschakeling van de loonbarema’s over alle bedrijfssectoren is niet evident, omdat onze bedrijven nog de concurrentie met het buitenland moeten aankunnen.
En een verdere uitbouw van de tweede en de derde pensioenpijler?
Het wettelijk pensioen of de eerste pijler volstaat niet om de levensstandaard op peil te houden. Vrouwen hebben dus zeker belang bij een aanvullende tweede pijler. Maar die tweede pijler wordt voornamelijk voorzien in die sectoren die ook al een beter loon hebben. De derde pijler, het individuele pensioensparen dat fiscaal aangemoedigd wordt, wordt vooral gebruikt door mensen die het zich kunnen veroorloven. Een echte oplossing van de pensioensproblematiek bieden de huidige tweede en derde pijler dus niet. Pieter Segaert, ViVio-Journalist
|