| Waarom Omob het sociaal label wenste te behalen? Omob is een onderlinge verzekeringsmaatschappij, een volwaardige deelnemer aan de sociale economie. Het was onze betrachting om deze integrale deelname aan de sociale economie te concretiseren met meer dan louter woorden. Naar onze mening moet een onderneming naast een economische dimensie ook andere dimensies hebben. Wij hebben ons ertoe verbonden om binnen onze diverse activiteiten (verzekering en bank) een sociaal verantwoordelijkheidsbesef voorop te stellen. (zie bijlage 1) In dit kader hebben wij een meerjarenplan opgesteld met diverse projecten gericht op de sociale economie: het behalen van het sociaal label voor een sociaal verantwoorde productie, (zie bijlage 2) het opstellen van een ethische code en de oprichting van een ethisch comité het opstellen van een gedragscode het opstellen van een maatschappelijke balans in samenwerking met onze Franse partners van Azur-GMF de steun van de "Fondation pour la Solidarité" (Stichting voor de solidariteit), een vzw met een Europese dimensie die tot doel heeft de solidariteit in al haar vormen te promoten.
De eerste stap in dit meerjarenplan was het voornemen om het sociaal label, dat de garantie biedt voor een sociaal verantwoorde productie, te behalen voor een van onze producten. Sinds de maand oktober 2002 hebben de ondernemingen, die in België actief zijn, immers de mogelijkheid om dit door de overheid gewaarborgd label te bekomen, in het kader van de wet van 27 februari 2002. Het gaat hier echter om een initiatief op vrijwillige basis dat evenwel volledig overeenstemt met onze bekommernis voor ethiek alsook voor sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemingen. Dit label heeft betrekking op een product of een dienst. Het biedt de verbruiker de garantie dat deze goederen of diensten de basisprincipes van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) respecteren in hun gehele fabricageproces, met inbegrip van leveranciers en onderaannemers. Deze principes zijn de volgende: Wij dienden een aanvraag in om het sociale label te bekomen voor onze "brand"-verzekering HomeComfort Plus (multirisico-woningverzekering). Na het doorlopen van de procedure kregen wij dit label toegekend. Bij Omob waren de aanvraag voor het label en de audit gebaseerd op het sterk sociale overleg. De audit beklemtoonde het uitstekend sociale klimaat. De aanvraag heeft het mogelijk gemaakt om een debat te starten, na te denken over onze sociale verantwoordelijkheid in het bedrijf en te luisteren naar de andere partij. De maatregelen die werden genomen bij de aanvraag om dit sociale label te bekomen, werkten bovendien aanstekelijk vermits Omob tevens aan haar leveranciers en onderaannemers heeft gevraagd om de principes van dit sociale label te respecteren. Verloop van de procedure Overeenkomstig het lastenboek voor het bekomen van het sociaal label werd een externe audit uitgevoerd, waarbij de "productie"-keten van onze brandverzekering werd geanalyseerd. Na afloop van deze audit verstuurde de auditor (SGS) een verslag aan het Adviescomité, dat rapporteerde aan de Minister, waarna de Minister tenslotte besloot om ons het label toe kennen.Wij onderzoeken nu de opportuniteit om dit initiatief opnieuw te starten voor onze andere verzekeringsproducten. Wij onderzoeken nu de opportuniteit om dit initiatief opnieuw te starten voor onze andere verzekeringsproducten. Omob is de eerste, en tot op heden enige onderneming, die dit label verkreeg.
Bijlage 1
Wat is de sociale verantwoordelijkheid van ondernemingen?
1. Sinds wanneer en waarom? Sociale verantwoordelijkheid is een bestuursmethode voor ondernemingen die de gevoeligheden omtrent duurzame ontwikkeling wensen te integreren in hun manier van handelen. Deze verantwoordelijkheid berust tevens op het overtuigend belang dat deze ondernemingen hechten aan het ontwikkelen van praktijken - door sommigen omschreven als "ethisch" - in hun algemene handelwijze. Men stelt vast dat ondernemingen die dergelijke strategieën ontplooien tevens het best presteren op economisch en financieel vlak. Deze strategie, ontwikkeld in Europa in de jaren 60, bestond erin mechanismen in te voeren voor het aantrekken van de beste bekwaamheden binnen de onderneming. In de jaren 90 vond deze strategie steeds meer ingang, in hoofdzaak bij grote bedrijven. Coöperatieve ondernemingen en ondernemingen binnen de sociale economie begonnen van hun kant de praktijken, die reeds "op natuurlijke wijze" binnen hun bedrijf bestonden, te structureren. De KMO's sloegen slechts schoorvoetend deze weg in. De sociale verantwoordelijkheid van ondernemingen, afgekort als SVO (of als CSR in het Engels), kwam reeds in diverse instrumenten van de Europese Commissie aan bod. De Commissie ziet hierin een opportuniteit tot aanzienlijke ontwikkeling voor Europese bedrijven of bedrijven actief in Europa. De Commissie wil aldus een stimulans geven aan praktijken die in dit kader passen en die zich vertalen in instrumenten voor communicatie (labels, gedragscodes, handvest, engagementen, enz.), rapportering (verslagen en sociale balansen), evaluatie, zonder evenwel de ethische investeringen te vergeten. 2. Wat is de inzet? De SVO berust op de drie P's uit het Engels: "People, Profit, Planet" (in het Nederlands: "de mensen, de winst en de planeet"). Het betreft hier de overtuiging dat een economische en sociale convergentie bestaat, m.a.w. dat de sociale, maatschappelijke en milieubewuste praktijken tevens goede perspectieven bieden op economisch en financieel vlak. Voor een onderlinge maatschappij zoals Omob bestaan praktijken van dit type reeds lange tijd, ook al worden deze niet expliciet geplaatst onder de noemer van "sociale verantwoordelijkheid van de onderneming". De aanwezigheid in intercommunales, ziekenhuiscentra of sociale huisvestingsmaatschappijen geeft op zich reeds blijk van een sociaal verantwoordelijke keuze, zelfs al maakt dat sociale aspect wezenlijk deel uit van de finaliteit van de onderneming. Dit onderdeel van de identiteit van de onderneming moet evenwel nog omgezet worden in een performant beheersinstrument. 3. Wat zijn de instrumenten?
De communicatiemiddelen naar de ontvangende partijen vormen de eerste instrumenten. In dit geval zijn het de engagementen van de onderneming; engagementen die werden vertaald in labels, gedragscodes, een handvest, enz. De verslagen en balansen garanderen een transparantie van de praktijken. Hieraan zullen evaluatiemiddelen, en derhalve indicatoren, worden toegevoegd. Een beleid dat als SVO wordt omschreven, berust in feite op transparantie en globaliteit, waarbij aandacht wordt geschonken aan drie dimensies: het sociale en de arbeid, de maatschappij waarbinnen de onderneming actief is, en het milieu. Tot slot mag men niet vergeten dat de ethische investering een belangrijk instrument van de SVO is. Deze komt onder meer tot uitdrukking in de deelname aan ethische fondsen of in allianties met alternatieve of solidaire kredietinstellingen. Bijlage 2
De sociale labels en het Belgische sociale label
1. Wat wordt hier bedoeld? Sociale labels zijn herkenningstekens die aangeven dat de productievoorwaarden van een product of dienst de fundamentele principes inzake arbeid en sociale rechten respecteren. De voorbije tien jaar is het aantal sociale labels heel sterk toegenomen. De zogeheten privé-labels ontstonden op initiatief van niet-gouvernementele organisaties, die voor het definiëren van een dergelijk label soms samenwerkten met vakbonden en/of bedrijven. Deze labels worden gewoonlijk vergezeld van een lastenboek voor de controles en audits, die in theorie op een onafhankelijke basis moeten worden uitgevoerd. 2. Wat is het Belgische sociale label?
In antwoord op de veelheid aan private labels gaf de huidige Belgische regering vaste vorm aan een wetsontwerp voor een label gewaarborgd door de overheid. In grote lijnen gaat het over een label dat wordt toegekend aan een product (een goed of dienst). Voor de consument betekent dit een herkenning van producten die in hun gehele productieproces de basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) respecteren, dus ook bij de leveranciers en de onderaannemers. De basisprincipes van de IAO zijn de volgende: De creatie van een Belgisch sociaal label, waarvan de controle is gewaarborgd door de overheid, maakt ons land tot een voorloper op internationaal gebied.
3. Is een label werkelijk een pluspunt vanuit commercieel oogpunt?
Uit diverse onderzoeken en studies blijkt dat consumenten bepaalde garanties verwachten met betrekking tot de productievoorwaarden. Deze verwachtingen hebben evenwel in hoofdzaak betrekking op snelroterende consumentenartikelen die echter niet tot de laagste prijsklasse behoren; m.a.w. verbruikers van luxeproducten of consumenten die "witte producten" kopen, zijn geen vragende partij voor gelabelde producten. De boodschap van een sociaal label is tevens een herkenningsteken van het voornemen van de onderneming om op een ethische of sociaal verantwoorde wijze te handelen en om dit voornemen tot uitdrukking te brengen in de relaties met derden. 4. Wat is de meerwaarde van een label gewaarborgd door de openbare overheid?
De consument wordt vandaag geconfronteerd met een wildgroei van sociale labels. Met een door de overheid gewaarborgd label wil de Belgische regering klaarheid brengen in het commerciële landschap. De controle van het label verloopt volgens een lastenboek dat werd opgesteld door een adviescomité, waarin naast een vertegenwoordiging van de overheid ook 5. Hoe werkt het sociale label en wat is het gevolg voor de onderneming?
De onderneming richt een aanvraag tot de Minister van Economische Zaken en tot het adviescomité, waarin de overheid, de sociale partners en de NGO's vertegenwoordigd zijn. Deze aanvraag bestaat onder meer uit een omschrijving van de productieketen van het gekozen product en de notulen van de vergadering van de ondernemingsraad tijdens dewelke de vakbondsdelegaties werden geïnformeerd over het voornemen van de onderneming om de aanvraag in te dienen.
Na de ontvankelijkheidsverklaring van het dossier wordt het product onderworpen aan een audit uitgevoerd door een auditinstelling geaccrediteerd door BELCERT, het officiële certificatieorganisme. Op basis van het auditverslag en eventuele bijkomende informatie formuleert het comité een advies ten aanzien van de minister. Overeenkomstig dit advies kent de minister het label toe
Voor meer inlichtingen: Edwin Hoeven, persverantwoordelijke, tel.: 011 28 22 89
|