Scheeftrekking pensioenen werklozen en werkenden weggewerkt vanaf 2019
Voor wie vanaf 1 januari 2019 met pensioen gaat, tellen alle gewerkte jaren mee bij de berekening van zijn of haar pensioen. Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine kreeg van de ministerraad op 20 juli groen licht om dat principe uit te werken in een wetsontwerp.
Vandaag is de opbouw van het pensioen beperkt tot een carrière van 45 jaar. Wie langer werkt, bouwt geen extra rechten op en krijgt dus een pensioen dat even hoog is als iemand die 45 jaar gewerkt heeft. Vanaf 1 januari 2019 leveren alle dagen dat iemand langer gewerkt heeft ook extra pensioenrechten op.
De minister heeft ook een Koninklijk Besluit klaar over de gelijkgestelde periodes van werkloosheid. Wie langdurig werkloos is of een brugpensioen geniet, krijgt voortaan ook een lager pensioen. Vandaag geldt werkloosheid nog als een gelijkgestelde periode en wordt het pensioen berekend op basis van het laatstverdiende loon. Vanaf 2019 gebeurt dat op basis van het minimumjaarrecht. Dat is de ondergrens die gebruikt wordt bij de pensioenberekening en die levert dus een lager pensioen op.
Voor de bruggepensioneerden wordt dat minimumjaarrecht vanaf 60 jaar de basis. Ook voor hen is dat dus niet langer het loon dat ze ontvingen vooraleer ze met brugpensioen gingen. Deze regeling geldt niet voor brugpensioen na een herstructurering in de onderneming, omwille van medische redenen of voor werknemers in zware beroepen.
De periodes van ziekte, invaliditeit, arbeidsongeschiktheid, arbeidsongeval, beroepsziekte of moederschapsverlof blijven onaangeroerd. Ook gemotiveerd tijdskrediet, loopbaanonderbrekingen en thematische verloven blijven volledig gelijkgesteld en worden voor het pensioen berekend op basis van het laatst verdiende loon.
Datum : 08/2017



